Prof. dr. Q.W.J.C.H. Kok en prof. mr. R.J. de Vries - WFR 2014/116
Met het oog op de toepassing van de tegenbewijsregeling in art. 10a lid 3
onderdeel a Wet VPB 1969 bespreken de auteurs de volgende rechtsvragen
vanuit een grammaticale, wetshistorische, wetssystematische en
teleologische invalshoek: (i) Is de zakelijkheid van de aangegane schuld
relevant bij een externe acquisitie of een andere zakelijke
rechtshandeling? (ii) Is de zakelijkheid van de rechtshandeling relevant
bij een interne schuld die naar een externe financiering valt te
“tracen”? (iii) Hoe om te gaan met garanties die een externe lening
onder art. 10a Wet VPB 1969 doen vallen? (iv) Wat is de invloed van een
“double dip” op de tegenbewijsregeling van art. 10a lid 3 onderdeel a
Wet VPB 1969? (v) Hoe te oordelen over een situatie waarin een verbonden
(financierings)lichaam een lening verstrekt uit reeds (lang) aanwezig
eigen vermogen? (vi) Is de schuld alleen zakelijk indien interne
schuldfinanciering de enige mogelijkheid is?
No comments:
Post a Comment