Tuesday, 3 March 2015

Stuntvliegen vormt geen bron van inkomen

Mr. J. de HaanNTFR2015-295

Vanaf 1990 is belanghebbende piloot en in 1992 is belanghebbende gestart met stuntvliegen. Vanaf 19 april 2004 is belanghebbende in dienst van A als piloot en legt hij voor A internationale vluchten af. Op 1 januari 2004 heeft belanghebbende B als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In de jaren 2005 en verder zijn de resultaten van de onderneming negatief. Partijen verschillen van mening over de vraag of de activiteiten van belanghebbende als stuntvlieger een bron van inkomen vormen. Het hof overweegt dat de sinds 2007 gerealiseerde resultaten (die tot en met 2010 negatief zijn) er niet op wijzen dat in de jaren 2005 tot en met 2007 slechts sprake was van een verliesgevende ‘aanloopfase’. Met Rechtbank Noord-Holland is het hof dan ook van oordeel dat in de onderhavige jaren redelijkerwijs niet was te verwachten dat belanghebbende met zijn activiteiten als stuntvlieger voordeel (positieve resultaten) zou behalen. Er is geen grond voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de overschrijding van de termijn voor de bezwaarfase in het onderhavige geval gecompenseerd mag worden met de betrekkelijk korte termijn waarop de rechtbank haar uitspraken heeft gedaan. (Hoger beroep gegrond.)



No comments:

Post a Comment