Tuesday, 7 October 2014

Vooruitbetaling belasting over loon werknemers buitenlands uitzendbureau in strijd met vrij verrichten van diensten

mr.dr. E. Nijkeuter - NTFR2014-2287

Strojírny Prostêjov en ACO Industries Tábor zijn in Tsjechië gevestigde vennootschappen die gebruik hebben gemaakt van de diensten van in Slowakije gevestigde uitzendbureaus. Deze uitzendbureaus, die een vestiging hebben in Tsjechië, hebben via deze vestiging werknemers voor bepaalde tijd ter beschikking gesteld van de Tsjechische vennootschappen. Volgens de Tsjechische belastingdienst moet de dienstverrichter als buitenlandse onderneming worden beschouwd. De dienstontvangers, de Tsjechische vennootschappen, zijn dan verplicht om Tsjechische inkomstenbelasting op het loon van de werknemers in te houden en af te dragen. Deze inhouding is niet verplicht bij een overeenkomst met een in Tsjechië gevestigd uitzendbureau, omdat in die situatie het uitzendbureau de inhouding moet doen. In de casus van Aco Industries Tábor is de grondslag van de Tsjechische naheffing bovendien gebaseerd op een forfaitaire belastinggrondslag van 60% van het door de Tsjechische vestiging van het Slowaakse uitzendbureau in rekening gebrachte bedrag, terwijl deze Tsjechische vestiging de belasting op het loon wel had ingehouden. Het HvJ bepaalt dat de Tsjechische wettelijke regeling moet worden getoetst aan het vrij verrichten van diensten (art. 56 VwEU) en dat de regeling daarmee in strijd is. Het HvJ ziet voor deze situaties geen rechtvaardiging in het hanteren van de bronheffingsprocedure als een wettig en passend middel om te voorkomen dat over dergelijke inkomsten geen belasting wordt betaald. In de zaken waar de bronheffingsprocedure wel als rechtvaardiging is aanvaard, berustte de bronheffing op de omstandigheid dat de dienstverrichters slechts bij gelegenheid in een andere lidstaat hun diensten verrichtten en daar slechts kort verbleven. Dat is in deze casus niet het geval, omdat de dienstverrichters zelfs een Tsjechische vestiging hebben voor het ontplooien van hun activiteiten. Het is daarom niet doelmatiger om de inhouding van de belasting door de dienstontvangers te laten doen. Er is ook geen sprake van rechtvaardiging van de Tsjechische regeling door een algemeen vermoeden van fraude.

No comments:

Post a Comment