Tuesday, 7 October 2014

Verkoopoptiepremie voor niet-uitgeoefende verkoopopties niet aftrekbaar

mr. A.J.M.  Arends - NTFR2014-2307

Belanghebbende heeft een pakket aandelen dat een fictief aanmerkelijk belang vormt. In 2001 en 2002 heeft hij verkoopopties verworven op het aandelenpakket tegen een premie van € 15.188.742. Deze optierechten zijn vervallen door het verstrijken van de looptijd. In 2004 heeft belanghebbende 86,9667% van het aandelenpakket vervreemd. In geschil is of belanghebbende 86,9667% van de premie in mindering mag brengen op het in 2004 door hem genoten inkomen uit aanmerkelijk belang. Hof Amsterdam (28 maart 2013, nr. 11/00842, NTFR 2013/1379) heeft die vraag ontkennend beantwoord. De Hoge Raad is het eens met het hof. Gelet op de tekst van art. 4.4 Wet IB 2001 in samenhang met de tekst van art. 4.32 Wet IB 2001 en de wetsgeschiedenis van dit artikel, heeft het hof terecht geoordeeld dat een premie voor een niet-uitgeoefende verkoopoptie niet aftrekbaar is. De verkoopoptiepremie vormt ook geen ‘kosten van reguliere voordelen’.
(Cassatieberoep ongegrond.)

No comments:

Post a Comment