Wednesday, 9 July 2014

Nieuwe uitvoeringsregels voor het opleggen van een voorlopige aanslag – het kan vriezen, het kan dooien?

Mw. mr. J.M.J.F. Jansen - Tijdschrift Formeel Belastingrecht 2014/04

Met ingang van 28 januari 2014 is art. 23 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 (hierna: UR AWR 1994) gewijzigd.1 Deze wijziging heeft tot gevolg dat de inspecteur kan afzien van het aanvullen van de voorlopige aanslag. Zo hoeft de inspecteur geen nadere voorlopige aanslag op te leggen indien een eerdere voorlopige aanslag onjuist is vastgesteld als gevolg van wetswijzigingen die niet tijdig, niet juist of niet volledig zijn verwerkt in de systemen van de Belastingdienst én het bedrag van de nadere voorlopige aanslag niet aanmerkelijk afwijkt van het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld. Of de belastingplichtige een verzoek tot het opleggen van een nadere voorlopige aanslag heeft gedaan, maakt daarbij niet uit. Met wijzigingen wordt in deze gevallen dan uiterlijk rekening gehouden bij het opleggen van de definitieve aanslag. In dit artikel wordt de gewijzigde regelgeving besproken en bezien of deze in alle gevallen houdbaar is. 

No comments:

Post a Comment