Friday, 25 July 2014

Bewijsregel 30%-regeling kan niet worden verlengd omdat tussen oude en nieuwe dienstbetrekking meer dan drie maanden zijn verstreken

Mr. J. de Haan  - NTFR2014-1845

Belanghebbende (X) is geboren in India. X is sinds 2009 in Nederland werkzaam geworden bij B bv. In het jaar 2010 heeft X samen met B bv verzocht om toepassing van de bewijsregel van art. 10ea, lid 1, Uitv.besl. LB 1965 om in aanmerking te komen voor de 30%-regeling van art. 31a, lid 2, aanhef en onderdeel e, Wet LB 1964. X is aangemerkt als ingekomen werknemer met schaarse specifieke deskundigheid en de inspecteur heeft dat verzoek ingewilligd bij beschikking van 27 september 2010. X is per 1 december 2012 bij B bv uit dienst getreden. Op 22 februari 2013 is aan X een appartement geleverd. Op 26 februari 2013 heeft X gesolliciteerd naar een functie bij C bv. Op 11 april 2013 heeft C bv X een baan aangeboden en op 2 mei 2013 heeft X zijn werkzaamheden voor C bv aangevangen. Bij brief van 8 augustus 2013 heeft X verzocht om verlenging van de bewijsregel. Dat verzoek heeft verweerder bij beschikking van 11 oktober 2013 afgewezen. In geschil is of X recht heeft op verlenging van de bewijsregel krachtens art. 10ed, lid 1, Uitv.besl. LB 1965.
Rechtbank Gelderland 15 mei 2014, nr. 13/7548, ECLI:NL:RBGEL:2014:3133 oordeelt dat de bewijsregel niet kan worden verlengd, omdat tussen het einde van de dienstbetrekking met de oude inhoudingsplichtige en het begin van de tewerkstelling bij de nieuwe inhoudingsplichtige meer dan drie maanden zijn verstreken. De toepasselijke regeling laat geen ruimte om anderszins aannemelijk te maken dat X over schaarse specifieke deskundigheid beschikt. (Beroep ongegrond.)

No comments:

Post a Comment