Thursday, 5 June 2014

Niet verdedigbaar dat hoofdverblijf inwoner van Nederland in Spanje is gelegen

mr. A.J.M.  Arends - NTFR2014-1478

Aan belanghebbende zijn een navorderingsaanslag IB 2004, een aanslag IB 2005 en vergrijpboetes opgelegd. In cassatie is nog slechts in geschil of het opleggen van de navorderingsaanslag gerechtvaardigd kan worden op grond van kwade trouw van belanghebbende met betrekking tot het in aftrek brengen van rentekosten in verband met de eigen woning. Voorts is in geschil of de vergrijpboetes voor de jaren 2004 en 2005, opgelegd met betrekking tot de correctie op de in de aangiften in aftrek gebrachte kosten van de eigen woning, terecht zijn opgelegd.
Hof Amsterdam (28 februari 2013, nr. 11/00492 t/m 11/00494, NTFR 2013/1084) heeft overwogen dat belanghebbende ten onrechte in zijn aangifte IB 2004 heeft vermeld dat de Spaanse woning zijn hoofdverblijf was. Aannemelijk is dat belanghebbende – die op belastinggebied werkzaam was – wist dat een woning in het buitenland slechts in uitzonderingssituaties een ‘hoofdverblijf’ kon vormen. Niet was pleitbaar dat belanghebbende zich in zijn aangifte op het standpunt stelde dat hij in Nederland woonde en tegelijk in zijn aangifte het standpunt innam dat het hoofdverblijf in Spanje was gelegen. Belanghebbende had derhalve de inspecteur opzettelijk onjuiste informatie verstrekt. Daaraan deed niet af dat belanghebbende in een bij de aangifte gevoegd document aan de inspecteur wel de juiste gegevens heeft verstrekt. De vergrijpboetes acht het hof passend en geboden nu belanghebbende de aftrekpost ten onrechte en bewust in de aangiften IB 2004 en 2005 heeft opgenomen.
A-G Niessen concludeert dat belanghebbende door als inwoner van Nederland een woning in Spanje aan te merken als eigen woning in de zin der wet te dezen niet een verdedigbaar standpunt heeft ingenomen. Voor zover het beroep in cassatie zich overigens richt tegen het door het hof aannemen van kwade trouw met betrekking tot het in aftrek brengen van rentekosten in verband met de eigen woning, geldt dat het gaat om oordelen van het hof die van feitelijke aard zijn en niet onbegrijpelijk. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

No comments:

Post a Comment