Thursday, 22 May 2014

Inspecteur maakt hoger gebruikelijk loon dan de daadwerkelijk toegekende beloning niet aannemelijk

mr. A.J.M. Arends - NTFR2014-1382

Belanghebbende oefent een orthodontistenpraktijk uit. Alle aandelen in belanghebbende worden indirect gehouden door A en haar echtgenoot. A is bestuurder en is als orthodontist werkzaam in dienst van belanghebbende. Naast A, waren bij belanghebbende in de jaren 2001 tot en met 2003 negen werknemers werkzaam. De inspecteur heeft voor het jaar 2003 het gebruikelijk loon van A van € 59.783 met € 77.017 verhoogd. In het verwijzingsarrest heeft de Hoge Raad beslist dat de afroommethode niet mag worden toegepast, omdat naast A nog andere werknemers in dienst van belanghebbende werkzaam zijn. In dat geval kan niet worden aangenomen dat de opbrengsten van die vennootschap (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de directeur daarvan – in zijn hoedanigheid van werknemer – verrichte arbeid. In de procedure voor dit hof neemt de inspecteur – wederom – de opbrengsten van belanghebbende als uitgangspunt voor zijn berekening van het gebruikelijk loon. Voor de berekening van zijn subsidiaire standpunt neemt de inspecteur als vertrekpunt de door belanghebbende gegenereerde omzet (dan wel haar opbrengsten). Omdat de hoogte van het bedrijfsresultaat rechtstreeks voortvloeit uit de opbrengsten van belanghebbende, zijn beide door de inspecteur gehanteerde methoden naar het oordeel van het hof in strijd met het verwijzingsarrest. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat bij een hoger loon dan de daadwerkelijk toegekende arbeidsbeloning in aanmerking dient te worden genomen. (Hoger beroep gegrond.) 



No comments:

Post a Comment